Sociale Angst
Het probleem bij sociaal angstige kinderen is, dat ze bang zijn in
sociale situaties negatief te worden beoordeeld, wat betreft hun sociale-,
cognitieve- of fysieke vaardigheden en verschijning. Het speelt op alle
situaties van intermenselijk contact.
Freud onderscheidde 2 vormen van angst: reële angst en
neurotische angst. Bij normale angst gaat het om een natuurlijke reactie
van het lichaam. Bij de neurotische angst is de angst niet duidelijk
gekoppeld aan een op dat moment aanwezige bedreiging of staat daar niet
mee in verhouding.
Kenmerken sociale angst:
- Angstige kinderen zijn weinig assertief
- Hebben een sterk moreel besef, gericht op zorg om de ander
- Kunnen goed gedachten en gevoelens onder woorden brengen (zelfreflexie)
- Kunnen de eigen rol niet goed relativeren
- hebben weinig vriendschappen
- Ze vermijden sociale situaties
- Bang voor het oordeel van andere kinderen of andere mensen
-
- De uitingen van angst
Expressief: de angst blijkt duidelijk rechtstreeks uit het gedrag
- gespannen gezicht
- hijgerig
- wisselende stemhoogte
- korte zinnen
- veel versprekingen
- stotteren
- hyperventilatie
- krampachtige gebaren
- wisselende stemhoogte
- praten nauwelijks
- vragen niets
- zijn onzeker
- komen niet van hun plaats
- sluiten zich niet aan bij anderen
Instrumenteel: het kind verbergt zijn angst en vertoont vreemd gedrag
soorten gedrag:
- agressief
- clownesk
- macho
- vermijdingsgedrag
- omgaan met jongeren of met ouderen
- zich zeer snel conformeren
- zeer afhankelijk zijn van slechts een vriend
- klitten
- pokerface (nooit emotie tonen)
- aansluiten bij een groep met een duidelijke identiteit
De NPV-J , de PMT-K en de SVL geven een indicatie op het gebied van angst.