ADD
(Attention Deficit
Disorder)
DSM IV A.D.D (Attention
Deficit Disorder)
Diagnostische Criteria van
de DSM IV : Wanneer is er sprake van aandachts tekort?
Voorwaarde: zes (of meer)
van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste 6
maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het
ontwikkelingsniveau.
Slaagt er
niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos fouten in
schoolwerk, werk of andere activiteiten.
Heeft vaak
moeite de aandacht bij taken of spel te houden.
Lijkt vaak
niet te luisteren als zij direct aangesproken wordt.
Volgt vaak
aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karweitjes af te
maken of verplichtingen op het werk na te komen.
Heeft vaak
moeite met het organiseren van taken en activiteiten.
Vermijdt
vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken die
een langdurige geestelijke inspanning vereisen (zoals school- of huiswerk)
Raakt vaak
dingen kwijt die nodig zijn voor taken en bezigheden (bijvoorbeeld
speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap)
Wordt vaak
gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels.
Is vaak
vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden.
Wat is ADD?
Dit
is een aandachtsstoornis, die gepaard gaat met onoplettendheid.
ADD
kenmerkt zich door stoornissen in de voortdurende continue aandacht
(continue sustained attention) en in selectieve aandacht (selective
attention)
De
executieve functies (managementsfuncties) en het werkgeheugen zijn gestoord.
Voorbeeld:
Een
voorbeeld van managementfuncties is de functie van dirigent en
brandweercommandant.
Beiden moeten kunnen organiseren, activeren, integreren, aansturen, ze
moeten complexe situaties kunnen oplossen en organiseren.
Op
dit gebied kan een persoon met ADD grote problemen ondervinden.
Hij/zij scoort beneden gemiddeld op taken waarbij waakzaamheid en het
vasthouden van de aandacht noodzakelijk zijn.
Werkgeheugen:
Het
werkgeheugen is een onderdeel van het lang termijn geheugen.
Nieuwe informatie komt eerst binnen bij het KTG (kort termijn geheugen) dit
slaat de informatie op en verwerkt deze.
Het
werkgeheugen houdt de informatie “on line” terwijl tegelijkertijd ook andere
functies tegelijkertijd worden uitgevoerd. Het bestaat uit een deel van het
lang termijn geheugen dat op een bepaald moment actief wordt. Het helpt
herinneren.
Bij
personen met ADD werkt dit werkgeheugen minder goed.
Hyperfocussen
Naast
verminderde aandacht komt hyperfocussen voor:
Hyperfocussen is het juist extreem goed kunnen concentreren in bepaalde
situaties en in andere situaties totaal niet. Terwijl hij/ zij zich
concentreert kan er bij wijze van spreken een bom worden afgeschoten zonder
dat dit gevolgen heeft voor de concentratie. Soms leidt dit tot geniale
oplossingen en anderzijds tot het idee dat de persoon in kwestie niet
luistert
4.5%-9% van alle kinderen heeft ADD
ADHD
gecombineerd type 1.9% - 4.8 %
Hyperactief is 1.7%-3.9%
Hyperactiviteit
Hyperactiviteit kan met de jaren enigszins afnemen
Aandachtsproblemen blijven later ook bestaan.
Co-morbiditeit
Vaak
gaan ADD en ADHD samen met andere stoornissen: (Co-morbiditeit)
Depressie
Slaapstoornissen; slaapwandelen, bedplassen, tandenknarsen,
inslaapproblemen,nachtmerries
Hoofdpijnklachten
Meer dan
gemiddeld oorontstekingen
Overgevoeligheid voor bv voedingsstoffen
Problemen
met het immuunsysteem
Angststoornis
Oppositioneel gedrag
Leerstoornis
bv dyslexie, dyscalculie
Bipolaire
stoornis
Autisme
Gilles de la
Tourette
Problematiek
Praktisch gezien zijn er problemen met:
Organiseren
activeren om aan het werk te gaan
Luisteren
Vasthouden
van de concentratie
Nonverbaal
werkgeheugen
Volhouden
van energie en inspanning voor werk
Zelfregulering van het affect/arousal (snel en hevig uit hun doen zijn)
Reconstitutie: vermogen om opgeslagen informatie te manipuleren en
toegankelijk te maken voor herinnering
Inhibitie:
problemen met reguleren van de beheersing (frustratietolerantie)
Emotie beïnvloedt de aandacht
Externe en interne prikkels beïnvloeden de aandacht
Er
zijn 3 netwerken in de hersenen voor aandacht:
-
Een
orienterend netwerk
-
Een
executief netwerk
-
Een
waaknetwerk
Dopamine beïnvloedt die hersengebieden en is te vinden in diverse
geneesmiddelen die voorgeschreven worden voor ADD/ADHD
Gevolgen van de aandachtsproblemen
Aandachtsproblemen kunnen moeilijkheden geven bij:
Het vinden
van een baan
Het aangaan
en aanhouden van sociale relaties
Het volgen
van instructies
Het afmaken
van taken
Het
beginnen aan taken, die langdurig geestelijke inspanning vragen
Het op orde
houden van bezittingen ( verliezen van dingen/ extreme vergeetachtigheid)
Het
overzien van gehelen (letten vaak op details)
ADD in de praktijk
ADD
geldt als gezondheidsbeperking
-
Moet vastgesteld
zijn door een clinicus
-
Schoolprestaties
moeten negatief erdoor beïnvloed zijn
-
De clinicus moet
aangeven of speciaal onderwijs noodzakelijk is.
Landelijke richtlijnen ontbreken, voor schoolresultaten gelden vaak de
schoolvorderingen. Op individuele schoolvorderingentoetsen halen ADD
leerlingen vaak gemiddelde scores, dus letten op prestaties tijdens gewone
schooldagen.
Interventies in het onderwijs:
Aandacht, productiviteit en nauwkeurigheid moeten worden beïnvloed.
Mogelijkheden van begeleiding: Leerresultaten
Instructiemateriaal bijstellen
Op een
andere manier aanbieden bv in kleur i.p.v. zwart-wit
Vragen om
een actieve respons en veelvuldig feedback geven
Rol van de
computer vergroten
Tempo van de
presentatie aanpassen
Adolescenten
Instructie
bij het maken van aantekeningen
Mogelijkheid van gebruik maken van aantekeningen van anderen
Hulp van
vaste medestudent
Extra tijd
bij examens/tentamens
Mogelijkheden van begeleiding bij leerresultaten en gedrag:
Werken met
de gevolgen van gedrag
Strategisch
werken met complimenten
Gewenst
gedrag belonen, ongewenst gedrag negeren
Toepassen
van tokens, deze werken echter slechts tijdelijk
Zorgen voor
3x hogere frequentie van belonen als straffen (reprimandes worden vaak te
snel gebruikt)
AD(H)D
kinderen zijn minder gevoelig voor belonen en straffen en zijn ook sneller
uitgekeken op bepaalde beloningen
Respons
cost (iets inleveren als het gedrag voorkomt, is soort straf)
Time out
Contract
maken.
Begeleidingsstrategieen
Ouders:
Huiswerk:
Tijd om aan
te werken vaststellen
Na het werk
eigen prestatie evalueren … doel gehaald dan belonen
Heen en weer
schrift
Daadwerkelijk helpen, bv voorlezen van opdrachten
Adolescentie:
Zelf
formuleren van doelen
Zorgen voor
realistische doelen
Bonuspunten
+ eigen voorstel van beloning
Leeftijdsgenoten:
Elkaar helpen:
Tutorsysteem
Klas
verdelen in paren elkaar om beurt instructie geven leerkracht houdt in de
gaten
Welke paren goed werken
Zelfhulp:
methode van zelfinstructie: voordoen, samendoen, nadoen met hardop spreken,
zelfdoen met innerlijk spreken, automatiseren
Behandelvormen
Medicijngebruik: antidepressiva, stimulantia
Gedragsmodificatie: cognitieve gedragstherapie
Cognitieve gedragstherapie:
Vaststellen
van concrete behandeldoelen
Leren over
samenwerken
Aanleren
van basale technieken voor het omgaan met gedachten en emoties
Eigen
denken/emoties/ gedrag en aandacht beter gaan beheersen
Herstructureren van de omgeving: omgaan met problemen van studie en werk
Preventie
van terugval en omgaan met terugval
Leren studeren/ gedrag: belangrijk om te leren
Opdelen van
taken in kleinere delen, die kunnen worden afgehandeld op verschillende
tijdstippen
Leren
aciviteiten op een passend moment te onderbreken, om zich aan een planning
en tijdschema te kunnen houden of juist andere dingen voor te laten gaan
Leren op
assertieve manier de eigen planning te beschermen tegen indringing door
anderen
Het stellen
van prioriteiten
Intake
vragen bij ADD:
1.
Door wie is ADD geconstateerd?
Instantie/datum/
onderzoeksverslag
2.
Welke verschijnselen deden zich voor?
Op school/
thuis
3.
Is medicatie
gegeven?
4.
Welke verschijnselen doen zich nu nog voor?
5.
Is er nog medicatie voorgeschreven?
6.
Is er sprake van co-morbiditeit?
7.
Wat helpt?
8.
Wat verwacht u van dit gesprek?
© 2007 drs. jpm Voets, orthopedagoog