Intelligentie Testen
Wat zijn
goede intelligentietesten
Goede
intelligentietesten zijn testen die individueel worden afgenomen.
Groepstesten zoals de N.I.O. worden gebruikt in het basisonderwijs om een
advisering te kunnen geven naar het V.O. (Voortgezet onderwijs) Ze kunnen
echter grote afwijkingen geven met de WISC III 2002 is mijn ervaring.
(Faalangst, groepslawaai kunnen een kind doen onderpresteren)
Goede
intelligentietesten worden individueel afgenomen en geven informatie op de
volgende gebieden:
1. Hoe is
de verbale (alles wat met taal te maken heeft) ontwikkeling van het kind.
2. Hoe is
de performale (alles wat niet met taal te maken heeft) ontwikkeling van het
kind.
3. Wat kom
ik te weten over de geheugenfuncties.
4. Hoe is
zijn planningsgedrag. (Hoe pakt het kind een probleem aan)
5. Hoe is
zijn concentratievermogen.
6. Hoe
staat het met zijn algemene ontwikkeling.
Waarom worden goede intelligentietesten
individueel afgenomen?
Bij goede
intelligentietesten is het de bedoeling dat uw kind wordt geobserveerd.
Observaties zeggen veel over het kind. Dit kan onvoldoende bij groepstesten
waar veel kinderen stress van krijgen waardoor de uitslag vaak wordt
vertekend.
Wat zeggen groepsgewijs afgenomen testen
over kinderen?
Groepsintelligentietesten zijn alleen geschikt ter ondersteuning van een
schooladvies, dus bij twijfel kunnen ze wat aanvullende informatie geven.
Wat kan ik met een testuitslag?
Met een
testuitslag is het mogelijk gerichte adviezen te geven over de sterke- en de
zwakke kanten van het kind.
Testuitslagen moeten dan ook uitgebreid worden besproken, anders zijn ze
niet zo waardevol.
Is een testuitslag absoluut?
Nee, er
bestaan géén kinderen met een IQ van b.v. 106. Het getal is indicatief en
zegt iets over de situatie van nu. Het is ook zo dat testen onderling andere
scores geven.
De RAKIT
spreekt van een RAKIT IQ en dat kan afwijken van het IQ wat een kind op de
WISC behaalt.
De RAKIT
die kinderen zowel performaal als verbaal test kan sterk afwijken van de SON
en de RAVEN SPM die kinderen alleen non-verbaal aanspreekt. Toch zijn beide
testen zeer nuttig!
M.a.w. het
gaat op de eerste plaats om de sterke- en zwakke kanten van een kind in
kaart te brengen. Dát is de bedoeling van iedere intelligentietest.
Kinderen
moeten gebruik kunnen maken van hun sterke kanten en hun zwakke kanten
kunnen verbeteren.
Een overzicht van de meest gangbare individueel af te nemen
intelligentietesten
Revisie Amsterdamse kinder intelligentietest (RAKIT)
Doel: Bepalen van het intelligentieniveau
Populatie: Kinderen van 4 tot 11 jaar
Beschrijving en scoring
De RAKIT bestaat uit 12 subtests.
De subtests meten voor de jongste leeftijdsgroep (4-5 jaar): verbaal leren
en -vlotheid, ruimtelijk-perceptueel redeneren, sequentieel geheugen en
kwantiteit.
Voor de oudste groep (5-11) meten de tests de volgende factoren: perceptueel
redeneren, verbaal leren, ruimtelijk oriënteren en tempo en verbale
vlotheid. De verkorte vorm bestaat uit 5 resp. 6 subtests. De ruwe
subtestscores kunnen worden omgezet in standaard scores. Voor 2 subtests
(Verbale Analogieën en Exclusie) zijn leer-potentieelprocedures ontwikkeld.
Bij de tweede oplage van de RAKIT worden twee speciale handleidingen
toegevoegd: één voor het speciaal onderwijs en één voor kinderen met een
allochtoon-etnische achtergrond. Subtestscores kunnen worden omgezet in
factor- en (verkorte vorm) deviatie-IQscores.
Normen voor allochtone kinderen en leerlingen in het speciaal onderwijs zijn
beschikbaar.
Tijdsduur: Minimaal afhankelijk van het kind
Wijze van afname: Individueel door psychologen of psychodiagnostisch
geschoolde orthopedagogen.
De Rakit wordt door de COTAN gewaardeerd met een maximale score van 14
punten.
Snijders-Oomen Non-verbale Intelligentietest (SON-R)
Doel: Bepalen van het intelligentieniveau
Populatie: Niet-verbale Intelligentietest voor kinderen van 2,5 tot 17 jaar;
geschikt voor doven en slechthorenden, taal- en spraakgestoorden, geremde en
moeilijk motiveerbare kinderen en allochtonen.
De SON-R 5.5-17
De SON-R 5.5-17 vervangt zowel de SSON 7-17 als de SON-'58.
De auteurs van de test zijn: J.Th. Snijders, N. Snijders-Oomen, J.A. Laros,
M.A.H. Huijnen en P.J. Tellegen.
Samenstelling
De test bestaat uit zeven subtests: Categorieën, Analogieën, Situaties,
Stripverhalen, Mozaïeken, Patronen en Zoekplaten.
De eerste drie zijn meerkeuze-tests, de andere vier zijn handelingstests.
Bij de handelingstests moet de oplossing op een actieve manier gezocht
worden waardoor gedragsobservatie mogelijk is.
Op grond van de inhoud kunnen de subtests in vier groepen worden verdeeld:
abstracte redeneertests (Categorieën en Analogieën), concrete redeneertests
(Situaties en Stripverhalen), ruimtelijke tests (Mozaïeken en Patronen), en
perceptuele tests (Zoekplaten).
Een belangrijk verschil met de voorgaande SON-tests is dat geen aparte
geheugentests zijn opgenomen.
Testafname
In de Handleiding zijn de verbale en de niet-verbale instructie naast elkaar
afgedrukt. Beide instructies zijn zoveel mogelijk equivalent. Als hulp voor de
onderzoeker staan de belangrijkste punten van de instructie op het
scoreformulier.
In twee opzichten wijkt de testprocedure af van wat gebruikelijk is. In de
eerste plaats wordt van een adaptieve procedure gebruik gemaakt waardoor het
aantal aangeboden items ongeveer gehalveerd wordt. In de tweede plaats wordt na
ieder item verteld of de oplossing goed of fout is.
De afname van de test duurt ongeveer anderhalf tot twee uur.
(Er dienen echter voldoende pauzes te worden genomen bij de afname van deze
test)
Normering
De normering van de test is gebaseerd op een landelijk representatieve
steekproef van 1350 kinderen van 6 tot en met 14 jaar. Door extrapolatie zijn de
normen uitgebreid naar 5.5 - 17 jaar. Voor het berekenen van genormeerde scores
zijn normtabellen voor 38 leeftijdsgroepen beschikbaar. Men kan ook van het
computerprogramma gebruik maken.
De totale testuitkomst wordt weergegeven als IQ-score (met
waarschijnlijkheidsinterval), als percentielscore en als referentieleeftijd.
In aanvulling op het onderzoek bij horende kinderen, zijn 768 dove kinderen
met de SON-R 5.5-17 onderzocht. Voor doven kan de totaalscore op de test worden
weergegeven als percentielscore binnen de dovenpopulatie.
Betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid van de subtests is gemiddeld .76. De betrouwbaarheid van
de totaalscore is .93.
Bij de dove kinderen is de correlatie .76 met scores op eerdere versies van
de test die meer dan drie jaar daarvoor waren afgenomen.
Validiteit
De validiteit van de SON-R 5.5-17 blijkt onder meer uit de duidelijke
samenhang met indicatoren voor schoolsucces, zoals schooltype, zitten blijven en
rapport cijfers (R=.59). De correlatie met de CITO eindtoets is .66.
In de Handleiding wordt verder uitgebreid ingegaan op de prestaties van dove
kinderen en van allochtone kinderen en op de samenhang van de testprestaties met
socio-economische variabelen.
Computerprogramma
Bij de test wordt standaard een vrij kopieerbaar computerprogramma geleverd
waarmee de genormeerde scores worden berekend. Een Windows-versie van dit
DOS-programma is in voorbereiding.
Alle uitkomsten worden berekend en afgedrukt nadat de geboortedatum, de
testdatum en de ruwe scores zijn ingevoerd. Met het programma worden de
genormeerde scores gebaseerd op de exacte leeftijd. Daarnaast biedt het
programma in vergelijking tot de normtabellen belangrijke extra mogelijkheden.
Testmateriaal
De complete testset van de SON-R 5.5-17 bestaat uit het testmateriaal van
vijf subtests en het computerprogramma, verpakt in een donkergroene kunststof
koffer.
De Handleiding, de subtests Zoekplaten en Patronen en de Scoreformulieren
worden apart geleverd.
Handleiding en Verantwoording
De “Handleiding en Verantwoording” van de SON-R 5.5-17 is verkrijgbaar
in het Nederlands, Engels en Duits. De auteurs zijn J.Th. Snijders, Introductie
De SON-R 2.5-7 en de SON-R 5.5-17 zijn de laatste revisies, voor jonge en
voor oudere kinderen, van de Snijders-Oomen Niet-verbale Intelligentietest.
De SON-R tests zijn algemeen toepasbare intelligentietests waarbij het
gebruik van gesproken of geschreven taal niet noodzakelijk is.
De SON-R tests zijn daarom in het bijzonder geschikt voor kinderen met
handicaps in de verbale communicatie en met taalproblemen.
Dit betreft kinderen met taal-, spraak- en gehoorproblemen, dove kinderen,
autistische kinderen, kinderen met een ontwikkelingsachterstand en
leerproblemen, allochtone kinderen die anderstalig zijn opgegroeid, en kinderen
en volwassenen die verstandelijk gehandicapt zijn.
De subtests van de SON-R hebben betrekking op abstract en concreet
redeneren, ruimtelijk inzicht en visuele perceptie.
Kenmerkende eigenschappen van de testafname zijn de feedback die na ieder
item gegeven wordt en de adaptieve testprocedure.
COTAN Beoordeling
De tests zijn beoordeeld door de COTAN, de Commissie Testaangelegenheden van
het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP).
De beoordelingscategorieën zijn: onvoldoende, voldoende en goed.
Het oordeel over de SON-tests is als volgt:
SON-R 5.5-17
Uitgangspunten bij de testconstructie:
goed
Kwaliteit van het testmateriaal:goed
Kwaliteit van de handleiding: goed
Normen: goed
Betrouwbaarheid: goed
Begripsvaliditeit: goed
Criteriumvalidit: goed
Beide tests zijn buitengewoon positief beoordeeld.
(Bron: Evers, van Vliet-Mulder & Groot, 2000.
Documentatie van tests en testresearch in Nederland. Assen: Van Gorcum / NIP)
P.J. Tellegen en J.A. Laros.
WISC III 2002
Wechsler intelligence scale for children – Revised (WISC-III)
Doel: Bepalen van het intelligentieniveau
Populatie: Kinderen van 6 tot 16 jaar
Beschrijving en scoring:
Zes verbale (informatie, overeenkomsten, rekenen, woordkennis,
begrijpen, cijferreeksen) en zeven niet-verbale subtests (onvolledige
tekeningen, plaatjes ordenen, blokpatronen, figuurleggen, substitutie deel A
en B, doolhoven, symbolen vergelijken deel A en B).
Elke subtest heeft een oplopende moeilijkheidsgraad; voor elke subtest
worden begin- en afbreekregels gegeven. Bij verschillende subtests wordt
met tijdslimieten gewerkt.
Ruwe subtestscores worden omgezet in genormaliseerde standaardscores.
Optelling van de standaardscores van diverse combinaties van subtests levert
een somscore op die weer kan worden omgezet in een IQ-score.
Normen: Er is één normgroep voor Nederlandse en Vlaamse kinderen.
Tijdsduur: Afhankelijk van het kind.
Wijze van afname
Individueel door psychologen of psychodiagnostisch geschoolde orthopedagogen
Leidse diagnostische test (LDT)
Doel: Bepaling van het intelligentieniveau
Populatie: Kinderen van 4 tot 8 jaar
Beschrijving en scoring
De test is ontwikkeld naar een heuristisch model van Mark betreffende de
hiërarchische organisatie en ontwikkeling van functies binnen kanalen
(gekarakteriseerd aan de hand van input-output combinaties: bijv.
visueel-motorisch kanaal). Er zijn acht subtests met ieder een kenmerkende
input-output combinatie. Hierdoor is het mogelijk de 'probleemkanalen' te
analyseren (profiel).
De subtests zijn:
Blokpatronen, Vouwblaadjes, Natikken, Woordenspan, Plaatjes, Aanwijzen,
Zinnen nazeggen, Verhaaltje Vragen en Begrip en Inzicht.
Afname van een verkorte vorm is mogelijk.
Normen: De ruwe scores van de subtests kunnen worden omgezet in standaard
scores.
De som van de standaard scores kan worden omgezet in een Deviatie-IQ-score.
De acht halfjaarlijkse leeftijdsnormtabellen zijn gebaseerd op gegevens van
ruim 1100 kinderen.
Tijdsduur: Ca. 50 tot 75 min. verkorte vorm: ca. 30 tot 50 min
Wijze van afnemen: Individueel door psychologen of psychodiagnostisch
geschoolde orthopedagogen.
De LDT wordt door de COTAN gewaardeerd met een score van 11 punten.
WPPSI voor kleuters (De WPPSI-R wordt vervangen door de WPPSI III)
Doel: Bepalen van het intelligentieniveau
Populatie: Kinderen van 4 tot 6 ½ jaar.
Beschrijving en scoring:
Het bestaat uit zes verbale sub-tests (vragen die mondeling gesteld worden
en mondeling beantwoord): informatie, begrijpen, rekenen, woordenschat,
overeenkomsten en zinnen vijf performale subtests (opdrachten op papier of
ruimtelijk) geometrische figuren, blokpatronen, doolhoven, onvolledige
tekeningen, dierenhuis. Er wordt gewerkt met puzzels, doolhof, blokjes en
vouwblaadjes.
Normen De uitslag is een totaal IQ, een verbaal en performaal IQ
Tijdsduur: afhankelijk van het kind
Wijze van afnemen:
Individueel door psychologen of psycho diagnostisch geschoolde orthopedagogen
De WPPSI wordt beoordeeld met 4 punten en wordt als “onvoldoende”
gekwalificeerd.
|
Overzicht van de COTAN-beoordelingen van intelligentietests en
ontwikkelingsschalen
|
|
Test
|
Uitgangspunten
testconstructie
|
Kwaliteit
testmateriaal
|
Kwaliteit
handleiding
|
Normen
|
Betrouw-
baarheid
|
Begrips-
validiteit
|
Criterium-
validiteit
|
Totaal
|
|
DOS
|
g
|
v
|
v
|
g
|
v
|
o
|
v
|
8
|
|
BOS 2-30
|
g
|
g
|
g
|
v
|
v
|
v
|
v
|
10
|
|
GOS 2.5-4.5
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
o
|
12
|
|
MOS 2.5-8.5
|
o
|
g
|
v
|
o
|
o
|
o
|
o
|
3
|
|
SON-R 2.5-7
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
14
|
|
WPPSI-R
|
o
|
g
|
v
|
o
|
o
|
v
|
o
|
4
|
|
LDT
|
g
|
g
|
g
|
g
|
v
|
v
|
v
|
11
|
|
RAKIT
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
14
|
|
SON-R 5.5-17
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
g
|
14
|
|
WISC-R*
|
g
|
g
|
g
|
g
|
v
|
v
|
o
|
10
|
|
LEM
|
v
|
g
|
g
|
o
|
g
|
v
|
v
|
9
|
|
g = goed (2 punten), v = voldoende (1 punt), o = onvoldoende (0
punt)
|
*De Wisc RN is vervangen door de Wisc III 2002 NL